Archieven: Werkvormen

  • Quick Research

    Quick Research

    Deze opdracht is er voor bedoeld om studenten de studiestof eigen te laten maken. Veel studenten kiezen uit gemak of gewenning voor de eerste optie in Google. In deze opdracht leer je studenten verder te kijken.

    Geef de studenten per groepje een drietal begrippen. Vraag de studenten daarna om per begrip zo veel mogelijk verschillende definities op te zoeken en op een rijtje te zetten. Vraag het groepje om te komen tot hun eigen definitie en waar dat op gebaseerd is. Zo dwing je studenten na te denken over de begrippen en zelf een keuze te maken in de te volgen definitie. Probeer dit proces wel te monitoren zodat de juiste definities worden gehanteerd.

    Dit kun je bij verschillende groepjes tegelijk doen in de Break-out rooms in MS Teams. Wanneer ieder groepje een definitie heeft per begrip kun je plenair alle definities samenbrengen. 

  • One-minute-paper

    One-minute-paper

    In deze opdracht krijgen studenten de vraag om tijdens of na de les op basis van de theorie, de essentie van de bestudeerde stof in een minuut op te schrijven. Hiermee dwing je studenten om tot de kern te komen en zie je als docent wat nog lastig is voor studenten.

    Je kunt er voor kiezen om de onderwerpen te verdelen of je kunt er voor kiezen om iedereen hetzelfde onderwerp te geven. Afhankelijk van het doel dat je wil bereiken. Daarnaast kun je er voor kiezen om het in een Padlet te doen.

    De volgende vragen kunnen de studenten helpen:​​​

    • Waar wordt het model voor gebruikt?
    • Wat is de praktische toepassing van deze theorie in de praktijk?
    • Welke vragen roept deze theorie bij jou op?
  • De rollen omgedraaid

    De rollen omgedraaid

    Als docent zijn we gewend om op de stoel van de verteller te zitten. Soms vergeten we echter dat wanneer studenten het elkaar uitleggen de stof net zo goed, of wellicht beter, beklijft. Deze oefening is er voor bedoeld om het zweet op de juiste rug te krijgen.

    Studenten krijgen de opdracht om zelf de theorie/lesstof te uit te leggen aan de hand van een quote, afbeelding, vlog, Instagram post of andere inspiratiebron. Je kunt het vrij laten in welke vorm studenten de theorie uitleggen. Benadruk dat studenten de ruimte hebben om hun creativiteit de vrije loop te laten.

    Deze werkvorm kan zowel individueel als in groepjes worden gebruikt en kan als huiswerk of in de les worden gedaan. Wanneer studenten de theorie op hun wijze hebben uitgelegd dan kan dat gedeeld en besproken worden in de les. Zo leren studenten niet alleen zelf maar ook van elkaar.

  • Denken, Delen en Uitwisselen

    Denken, Delen en Uitwisselen

    De docent stelt een vraag aan de studenten. De studenten krijgen vervolgens de tijd om individueel na te denken over deze vraag.
    Hoe lang de studenten hier de tijd voor krijgen is afhankelijk van hoe moeilijk de vraag is. Vervolgens gaan de studenten in tweetallen of misschien wel in een groep hun antwoord delen. Uiteindelijk deelt elk tweetal of elke groep hun antwoord met de klas.

  • Broodje Theorie

    Broodje Theorie

    Deze werkvorm is een variant op de sandwichmethode. Voorafgaand aan je college of een tekst met theoretische input, vraag je studenten om over dat onderwerp een mening te hebben, een aanpak te beschrijven of een casus op te lossen. Geef ze hierbij de tijd om te denken en uit te wisselen. Haal enkele antwoorden op. Hierna gaan ze pas aan de slag met het verwerven van de nieuwe theorie, dan wel door jouw college, dan wel door het lezen van een tekst. Geef ze daarna dezelfde opdracht. Is er iets veranderd? Hoe kan dat?

  • Begripsclip

    Begripsclip

    Laat studenten een begripsclip maken rondom een theoretisch begrip of concept. De binnen de groep verzamelde clips kunnen onderdelen zijn van een toets waarbij de begrippen/concepten gekoppeld worden aan authentieke stagesituaties.

  • WWW

    WWW

    Je schrijft drie categorieën op het bord of op een flip over: Wat werkt goed? Wat werkt een beetje? Wat werkt niet? De studenten krijgen drie post-its en schrijven voor elke categorie iets op. Op deze manier krijg je als docent inzicht in waar jij je op moet richten in je instructie, maar ook voor de studenten geeft het inzicht in waar de kansen en successen liggen.

    Je kunt deze werkvorm ook individueel over een opdracht laten invullen. Laat de student dan zelf drie kolommen maken en laat zelf invullen wat goed gaat, wat een beetje gaat en wat minder gaat. Wil je groepjes met elkaar laten nadenken over het proces, dan kun je ook per groep een flip over of A3 papier geven om hen te laten reflecteren.

  • Voornemens

    Voornemens

    Laat studenten aan het eind van de les een voornemen voor zichzelf opschrijven. Je kunt dit begeleiden door een begin van de zin te geven en te laten aanvullen door de studenten. Door een voornemen uit te spreken en op te schrijven is de kans groter dat studenten daadwerkelijk iets gaan ondernemen aan de hand van de les. Het geeft de docent ook interessante inzichten in waar de student zich op richt. Welk deel van de leerinhoud is overgekomen en waarop richt de student zich in zijn of haar voornemen.

  • Notulist

    Notulist

    Je vraagt een student om te notuleren op het bord / een online plek (gedeeld document) terwijl jij presenteert. Je kan er ook voor kiezen om iedereen aantekeningen te laten maken. Het voordeel van een student op het bord laten schrijven is dat het een situatie creëert waarin je een student een speciale rol geeft. De rol van de docent als het ware. Door op een zichtbare plek te laten notuleren, kunnen andere studenten nog opmerkingen of aanvullingen doen en wordt iedereen betrokken bij het proces.

  • Dagboek

    Dagboek

    Studenten houden een dagboek bij. Dit dagboek vullen ze aan het einde van de les in. Hierin geven ze aan wat ze in de les geleerd hebben. Je kunt de studenten vragen dit met elkaar te laten delen. Op deze manier kun je een korte feedbackronde houden. Het is ook een mooie manier om het leerproces inzichtelijk te maken. Door af en toe terug te bladeren wat in eerdere lessen besproken is, krijgt de student zicht op de eigen ontwikkeling.